homehomehomehomehomefotosteksten en akkoordenhomelinkscontact
  

Als jij het niet meer weet
in het donker van je hoofd
ze laten weinig heel
van waar je in gelooft
hoe de tijd ook raast
we moeten erdoorheen
als jij het niet meer weet
je bent niet alleen


Hou me vast



De magie van De Dijk heeft het jaartje-vrij overleefd.
18 november 2000 - Weekeinde

Vierjaar had hij erom lopen zeuren, twee jaar geleden kreeg Huub van der Lubbe eindelijk zijn zin: in 1999 zou De Dijk niet optreden. Wat hem betreft heeft het 'sabbatical year' geholpen. Constateerde hij op de voorlaatste studio-cd, De Stand Van De Maan, nog 'metaalmoeheid', nu kan Van der Lubbe, hoewel hij het zelf nooit zou zeggen, het met alle media eens zijn die de nieuwe, Zevende Hemel, de beste uit hun carrière noemen. Maar de allerbeste, die moet nog komen. Huub van der Lubbe - Hoger dan de zevende hemel



“Roem", zegt Huub van der Lubbe, "de Nederlandse variant ervan tenminste, gaat in bijbelse cycli van zeven jaar. De eerste zeven werk je, waar en zoveel je maar kunt, tijdens de tweede zeven ontstaat er geleidelijk aan een zeker gevoel van: als ze het zolang volhouden, moet misschien zelfs ik, met mijn boven iedere twijfel, en zeker boven de smaak van het grote publiek, verheven goede smaak, me er maar eens in gaan verdiepen, aan het einde van de derde zeven hoor je tot het culturele meubilair. Ben je op dat punt aangeland, dan ben je zo ongeveer waar De Dijk anno 2000 is. Dan heb je krediet. Dat gaf me twee jaar geleden het idee dat we er wel een jaartje tussenuit konden. Hopelijk is het daarmee niet op. Onze volgende kasopname zal ongetwijfeld zijn: interessante/absurde experimenten, doorhalen wat niet verlangd wordt." Van der Lubbe (47) weet waar hij het over heeft: De Dijk heeft voornoemde eenentwintig jaar bijna vol gemaakt en over de bijbel hoef je hem ook niet al te veel te vertellen, hoewel hij in de katholieke kringen waar hij uit voortkomt vooral uit de catechismus -"Een soort spoed- cursus met Vaticaans stempel van goedkeuring" -heeft leren putten: waarom zijn wij op aarde? Om God te dienen en zijn zoon, Jezus Christus, te eren. Of zoiets, zo overtuigd van het nut van zulke bijbelkennis was hij als kind nou ook weer niet.

"Je hoort rocksterren van katholieken huize vaak zeggen dat katholicisme hun gevoel voor dramatiek heeft aangescherpt. Dat zou ik niet durven beweren, maar feit is dat ik het podium leerde kennen via het Rooms-katholiek Amsterdamsch Toneelgezelschap, waar mijn beide ouders bij speelden. Vooral door de verandering die mijn vader daar onderging, was ik volstrekt gefascineerd: voor mijn ogen veranderde een strenge man met een ijzeren hand van opvoeden op het toneel in een frivole grand seigneur. Ik dacht: dáár moet ik ook op zien te komen. Toen ik vijf was kwam ik in het ziekenhuis terecht- Rachitis. Erg rock 'n roll achteraf, Small Faces of zo. Toen ik eindelijk weer thuis was, herkende ik mijn eigen broer Hans, de bassist van De Dijk, niet meer. Hij was een kop omhooggeschoten en had een plastic ridderharnas gekregen, waar hij zo ongeveer in sliep. Ik kreeg angstvisioenen dat ik er totaal niet meer bij hoorde. We waren thuis toch al met zes kinderen, dus eeltige ellebogen waren een absolute voorwaarde tot overleven." "De titel van mijn twee jaar geleden gepubliceerde boek met lied- teksten, Melkboer Met De Blues, geeft nog een indicatie van hoe ik me toen liet gelden, als hulpje van de plaatselijke zuivelhandelaar.

Hele dagen ging ik met hem mee de wijk in. Ik voelde me , ontzettend serieus genomen, als ik van drie hoog af riep:

'Eén Rotator!' en zo'n fles dubbelgestoomde melk, die volgens mijn moeder alleen voor honden en katten was bedoeld, kwam in een mandje aan een touw naar boven gezeild. Aan het eind van de dag kreeg ik een dubbeltje, maar als ik een dubbeltje mee had moeten nemen, had ik het ook gedaan. Achteraf bezien speelde ik toen al een soort rol. Geen glansrol, maar die kwam later, als misdienaar. Dat trok me meer dan zingen in het koor, ja, dat was me te ver uit het zicht van het 'publiek'. Toen we in de Zaan woonden, zaten Hans en ik al gauw in de band van de Sint Petruskerk in Krommenie, een van de eerste die de tekenen des tijds, het Tweede Vaticaans Concilie, in het dagelijkse katholieke leven wist te integreren, door middel van de zogeheten 'beatmis'. Het duurde even voor we door- hadden dat wat we in de kerk voor de liefde van Onze Lieve Heer deden, we in de echte wereld voorgeld konden doen. Toen waren we een echte band, net als The George Baker Selection, de trots van de Zaan."

"Toen ik van het katholicisme afwas, heb ik ervoor gewaakt een ander geloof, want dat is een ideologie natuurlijk, te omarmen. Ik voelde wel sympathie voor het communisme, maar ook dat ik er te weinig van afwist om bijvoorbeeld lid te worden van de CPN. Het is me ook in een vroeg stadium tegengemaakt, door provinciale bleekneusjes die, één week nadat ze -Nederlands! - waren gaan studeren op hoge toon bij me kwamen informeren of ik het goede nieuws uit Moskou nu nóg niet had begrepen. Nou moet ik zeggen dat de gestaalde kaders, voorzover vertegenwoordigd in het studentenbestuur, ook niet genereus waren met informatie waar de geïnteresseerde leek iets aan zou kunnen hebben. Lees Marx, was hun oplossing voor de meeste problemen des levens. Iets in me zei dat de Grote Man zelf daar vast iets overtuigenders over te zeggen had gehad. Ach, achterafkwam ik gewoon te laat aan de start. Het valt zelfs de fanatiekste bekeerling moeilijk zich in te zetten voor iets dat zijn tijd overduidelijk heeft gehad. En om me op de gok ergens achter te scharen, daarvoor ben ik toch gezegend met te veel gezond verstand."

"Gevoelsmatig kwamen die 'sabbatical years', die tien jaar geleden opeens in de mode kwamen, me altijd voor als een typische uitwas van de westerse welvaart, maar ik moet zeggen dat ons jaar 'vrij' heeft gewerkt. Ik wist dat het goed zat toen we begin dit jaar bij elkaar kwamen -zogenaamd informeel, om te kijken of iemand al wat had gemaakt en we meteen konden gaan demoën, werk dat zich kon meten met het beste dat we ooit hadden gemaakt. Dat vonden wij niet alleen maar ook J.B. Meyers. In hem had Antonie, onze drummer/producer, tijdens het werk aan het soloalbum van Bennie Jolink, eindelijk een technicus gevonden die wat wij aan herrie en kretologie produceerden, tot ons aller tevredenheid technisch kon vertellen op tape.

De ultieme test kwam natuurlijk met het eerste optreden na een jaar niet spelen. Antonie telde af, we zeilden het eerste nummer in of de Slag bij Waterloo was begonnen en na vijf seconden wist iedereen dat de magie er nog was."

"Nee, het had weinig gescheeld of Zevende Hemel was zonder mij gemaakt. Nou ja, met een minimum aan inbreng van mijn kant. Mijn vrouw Teuntje kreeg kanker, niet voor de eerste keer. Ik kon pas dermate Iaat terugkeren in het opnameproces, dat Antonie zich op een gegeven moment geroepen voelde de trein, die weken als een Japanse 'silver bullet' had gelopen, krakend tot stilstand te brengen. Er is zelfs sprake van geweest dat we de voltooiing van Zevende Hemel zouden uitstellen tot voorbij het eerste optreden, maar dat was mijn beroepseer te na geweest. Ik vond het te veel gevraagd van het publiek om zich weer achter De Dijk te scharen zonder dat we iets spectaculairs te bieden hadden. Daar was dat hele fucking sabbatical year nou juist om begonnen geweest! Enfin, een paar nachtjes overwerken en de klus was alsnog geklaard, maar ik heb het gevoel van me af moeten zetten dat door mijn schuld ons gemeenschappelijke doel, een plaat maken die al onze andere platen zo niet overbodig zou maken, dan toch ver in de schaduw zou stellen -een soort droomdebuut bij de dertiende poging niet was verwezenlijkt. Maar misschien is alle ellende wel weer een zegen in vermomming geweest en is het alleen maar goed dat ik de illusie kan blijven koesteren dat het ultieme Dijk-album in de toekomst ligt en Zevende Hemel 'slechts' een voorlopig hoogtepunt is."

"Zes jaar geleden al had zich het gevoel bij me vastgezet dat het te gewoon werd waar we mee bezig waren, maar twee jaar terug werd het echt urgent. Goud, platina, Edison, zelfs volle zalen, alles was 'business as usual'. Toen we besloten tot dat 'sabbatical year' had ik er dus al vier jaar zeuren opzitten. Kennelijk was de band er pas toen ook van overtuigd dat een jaartje vrij goed voor het geheel zou zijn, en niet alleen voor mij. Als ik luister naar De Stand Van De Maan, de laatste studio-cd vóór Zevende Hemel, hoor ik een soort metaalmoeheid, die nu volkomen verdwenen is. Ik heb goede hoop dat de volgende onderhoudsbeurt met deze grote voorlopig overbodig is geworden, om de metafoor maar even vol te houden. Nee, voor uit het oog, uit het hart, heb ik nooit gevreesd. Hij is ook ongegrond gebleken. Twee jaar geleden stapten we in de bus naar Ruinerwold met het gevoel dat we waren blijven zitten. Dat schoolreisje hadden we toch al gehad? Dat gevoel werd nog versterkt doordat iedereen enthousiast 'Tot volgend jaar" riep, als we de terugweg aanvaardden. Nu denken we: altijd leuk, Ruinerwold. Subtiel verschil.

Want Ruinerwold is leuk, tot Ruinerwold gewoon wordt, snap je? Ik voel bij het publiek ook de opluchting -ze hebben het toch maar geflikt- én de gretigheid, die er na elf keer Paaspop ook wel een beetje af was."

"Engelstalige Nederlandse bandjes die ik een tijdje niet in de hitparade, maar ook niet in de kroeg had gezien, konden zeggen dat ze in Duitsland, Scandinavië of zelfs het Midden-Oosten hadden getoerd, maar een band die per definitie opereert in een taalgebied van vijfentwintig miljoen mensen wereldwijd, Noord-België en voormalige koloniën inbegrepen, heeft geen enkel excuus voor onzichtbaarheid. Daarom zijn we misschien ook te lang doorgegaan, zonder adempauze. Wat het nut is, voor een Nederlandstalige band, van spelen op Amerikaanse en Russische festivals? Geen enkel commercieel. Zelfs geen artistiek. Maar een pret dat we hebben gehad! Je leeft! Je voelt je net een patrouille achter vijandelijke linies. Vóór ons optreden in het Paradiso van Moskou zijn we even aan onze gastheren ontsnapt en de zwarte markt op geweest. We konden kiezen uit kilometers illegale cd's, zelfs die van ons! Dat vonden we méér status dan onze Zilveren Harp, de 'aanmoedigingsprijs' die we tien jaar geleden kregen, toen we al tien jaar bezig waren. Hoewel we de regering natuurlijk graag even over zulke zaken hadden onderhouden, als we Russen waren geweest, auteursrecht niet bestaan had en onze liedjes van het volk waren geweest, in ruil voor twintig roebel maandsalaris, een driekamerflatje, vakantie aan de Zwarte Zee, een hogere plaats op de lijst voor een Skoda, gratis kaartjes voor het Bolsjoi en de status van Held van de Sovjet-Unie. Elk nadeel heeft z'n voordeel, om met Johan Cruyff te spreken. Maar het is goed om je daarvan bewust te blijven. Verrek, hebben we het via een omweg nou wéér over hetzelfde? Ander onderwerp!"

"Een van de voorwaarden die ik mezelf had gesteld voor dat vrije jaar was: geen liedteksten. Want op het laatst had ik alles wat me te binnen schoot, al was het in mijn slaap, beoordeeld op zijn geschiktheid voor een lied van De Dijk. Rijm was dus ongewenst, maar poëzie mocht. Vrij vers was een enorme bevrijding voor me. Of ik het zelf had uitgevonden. Ik werd er eerst ongelooflijk arrogant van -zo van: iemand moet de maan toch zien hangen? - en daarna overdreven bescheiden: wat had ik nog bij te dragen aan de Bibliotheek van Alexandrië? Pas toen was de weg weer vrij voor structuur. En voor uitvoering! Elke dinsdagavond trof ik een ploegje vrienden in de Zeppo, om voor te lezen uit eigen werk. De rock 'n' roll versie van de Muiderkring. En van het een kwam toch weer het ander. Een impresario uit Den Haag vroeg me of we 'iets' wilden doen op De Parade. Hij had nog een zaal vrij. Daar zijn we onze gedichten gaan voordragen en ik heb een paar liedjes gezongen. Zo (zonder overwegingen als: hoe kan ik de jongens van het nut hiervan overtuigen, is dit wel universeel genoeg voor de platenmaatschappij, wat voor arrangement zou hier bij passen, zelfs: wat zouden de mensen ervan vinden) nam spelen voor publiek een totaal andere dimensie aan. Het voelde als betaalde vakantie. Ik was in tijden niet zo extatisch geweest. Een gedeelte van die euforie lekt nóg door De Dijk heen. Vooral in 'Lachen Van Het Huilen'. Dat lied is een rechtstreeks gevolg van die poëzieavondjes. Ik heb de tekst, want daar is het natuur- lijk toch weer op uitgedraaid, geschreven toen zelfs mijn dichtvrienden een beetje wee waren geworden van mijn maanden- lang uitgedragen gelukzaligheid."

"Nou, ik kon ze op hun wenken bedienen. Teuntje was weer ziek geworden. Het gaat nu weer iets beter. In ons geval, als ik het zo mag stellen, betekent dat: minder slecht. Want je verlegt, uit pure zelfbescherming, voortdurend je grenzen. Rationaliseren is des mensen grootste gave. Wie op de eerste etage van de Boerhaavekliniek op de dood ligt te wachten, kan ervan overtuigd zijn dat die pas zal komen als hij op de derde terecht is gekomen. En wie morgen dood moet, kan vandaag nog blij zijn met mooi weer. De machteloosheid is het ergst, omdat die, zoals bekend, gepaard gaat aan woede. Teuntje heeft me in een vroeg stadium van haar ziekte al duidelijk gemaakt dat ze niets aan me had, als ik kwaad op God en alle mensen door het huis zou blijven ijsberen. Vanaf dat moment probeerde ik mezelf zoveel mogelijk in te houden, maar ik was ervan overtuigd dat ik al die boosheid van mijn leven niet meer kwijt zou raken. Tot ik op een dag wakker werd en voel de dat hij weg was. Zomaar. Geen idee hoe het heet, wat ervoor in de plaats is gekomen, maar het is iets tussen berusting, fatalisme en diep in- zicht in. Hoe vreemd het ook klinkt: van ziekte kun je leren. Bijvoorbeeld dat leven en dood onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Je wéét dat natuurlijk vanaf het moment dat je je van je bestaan bewust bent, maar je begrijpt het pas in het zicht van de dood: niets zou ook maar iets betekenen, zonder de wetenschap dat alles eindig is. Het leven is maar een klein sprongetje, tussen twee enorme stiltes, dus verdient het aanbeveling zo hoog en ver als je kunt te springen, en liever vandaag dan morgen. Want morgen zou wel eens niet meer kunnen komen. Niet hier, tenminste."



















Rotterdams Dagbl.
Huub van der Lubbe, zanger én dichter
Parool
'Muzikanten dansen niet,'............
ANP
Het uur van de Wolf: Frédérique Spigt
Telegraaf
De Dijk kan het niet alleen
www.nu.nl
De Dijk gaat weer optreden
Algemeen Dagblad
De Dijk is weer helemaal fit
Algemeen Dagblad
De Dijk maakt rentree in Ahoy'
Rijn en Gouwe
Huub van der Lubbe: meer dan liedjes alleen
Apeldoornse Courant
‘Binnen zonder kloppen‘
BN/DeStem
Victor Löw en Huub van der Lubbe in sf-film
ANP
Victor Löw en Huub van der Lubbe in sf-film
De Gelderlander
Liedjes zijn de zwakke schakel in optreden van drie dichtende vrienden
De Gelderlander
Titaantjes in het theater
BN/DeStem
Vijftig producties op nieuwe Parade
Rotterdams Dagbl.
Een dichtende Huub van der Lubbe
De Stentor
Huub van der Lubbe heeft zijn dichtdiploma
Rotterdams Dagbl.
Poëzie met Van der Lubbe
NRC Handelsblad
`We zijn niet zo heilig met elkaars teksten'
BN/DeStem
Huub van der Lubbe
Dagblad v/h Noorden
Huub van der Lubbe / Concordia
Brabants Dagblad
Huub van der Lubbe: ’De Dijk, dat ken ik nu wel’
Algemeen Dagblad
Sabbatical als trend in popmuziek



















   2020
   2019
   2018
   2017
   2014
   2013
   2012
   2011
   2010
   2009
   2008
   2007
   2006
   2005
   2004
   2003
   2002
   2001
   2000
   1999
   1998
   1997
   1996
   1995
   1994
   1993
   1992
   1991
   1989
   1986
   1984
   1982