homehomehomehomehomefotosteksten en akkoordenhomelinkscontact
  

De Dijk is een Nederlandse band uit Amsterdam, die
al sinds begin jaren '80 Nederlandstalige popmuziek
maakt. Hun stijl is te omschrijven als een mix van soul,
blues, rock en chanson. De groep is genoemd naar de
Amsterdamse Zeedijk.
De band, opgericht in 1981, bracht zijn eerste album
uit in 1982. De band kwam voort uit de in 1975
opgerichte Nederlandstalige band Stampei.

Bron: Wikipedia



Groef

Dan ben je zesendertig jaar bezig. Een moment waarop topsporters denken: mooi geweest. Nu afstappen, het trainingspak verruilen voor iets driedeligs. In interviews zeggen ze dan: ik ben toe aan een nieuwe uitdaging. Ik ga iets heel anders doen. De Dijk, al decennialang in het linkerrijtje van de Nederlandse muziekscene, gaat gewoon stug door. Hoewel, gewoon? Ze gaan nu ook nog het theater in. Met Groef, een nieuw album vol oude liedjes die een kek nieuw kostuum hebben aangekregen. Het ene nummer viert nu feest als een Mexicaanse mariachi-band, het andere verleidt je in een glimmend zijden pak.

Het rode pluche lonkte al een tijdje voor de band. Sommige bandleden waren al vertrouwd met schouwburgen, maar om de gutsende groove-machine die De Dijk toch is, over te plaatsen van feesttent of clubzaal naar de chique theaterzalen….mja. Goh. Dan moest het dus anders. Dan kon er dus niet meer keihard worden meegezongen. En dansen, al dan niet op de vulkaan? Mja. Goh. Was het dan nog wel een Dijk-show?

Wat hielp was de tour met Amsterdam Sinfonietta, die resulteerde in het zeer geslaagde album Dijkers & Strijkers. En ook de plaat met Solomon Burke. In beide gevallen werden vertrouwde nummers in een heel andere jas gestoken. Die ook uitstekend bleek te passen.
Dus wat nou als drummer Antonie Broek zich eens over het hele oeuvre zou buigen om ’s te kijken hoe het anders kon? Antonie: ‘Als ik nummers arrangeer, als ik bepaal hoe het moet klinken en wie wat moet spelen, stel ik me voor dat ik in Paradiso sta. Dan vraag ik mezelf af, als ik het zo laat klinken, zou ik het in het de zaal dan goed vinden? Voor deze plaat heb ik mezelf niet in Paradiso maar in een theaterzaal neergezet en me hetzelfde afgevraagd. Bij het arrangeren hield ik in het achterhoofd dat de liedjes ook in een theater moesten aankomen. Dat de intensiteit niet minder mocht zijn.’

Ja, De Dijk klinkt anders in Groef. De toon is ingetogener, maar niet minder urgent.  ‘We gaan nu aan het publiek vragen om onze muziek opnieuw te beluisteren’ zegt Huub van der Lubbe.‘ En er komen liedjes voorbij die we meer dan dertig jaar niet meer hebben gespeeld. Die een nieuwe kans krijgen.’

Liefje Liefje is zo’n nummer. Staat op Nooit meer Tarzan, het tweede album uit 1983. “Het is geschreven in maart 1982, dat weet ik omdat het in de tekst zit”, zegt Huub. ‘Het gaat over de toestand in de wereld, over zaken die me toen zorgen baarden. “Het regent buiten en de kranten huilen/Driekwart van de wereld kreunt van de pijn”, zong ik toen. Nou, dat geldt nog steeds. Iemand anders zou daar cynisch van worden, ik niet. Ik vind dat we ons geen angst moeten laten aanpraten. Daarom heb ik toen dat lied geschreven. En daarom kan zo’n tekst ook nu nog. Met een kleine aanpassing van de datum.”

Om ’s een andere zin uit Liefje Liefje te parafraseren; De Dijk is nooit blijven steken in haar eigen groef. Blues en soul bleven de drijvers, naast andere vormen van volksmuziek. Er werd geduetteerd, een Surinaamse classic moest kunnen. Zelfs een liedje zonder bas en drums behoorde ineens tot de mogelijkheden. Goed, het stond wat achteraf op een plaat (Brussel, in dit geval), maar voor deze gelegenheid is Ik heb je in mijn hoofd gehaald extra mooi opgewreven. Echt zo’n liedje om, in de woorden van Huub, ‘je mond bij te houden en te genieten.’

Er valt heel veel te genieten op Groef. Dat heupwiegende arrangement van Niemand in de stad. De vetkuif die Wat een vrouw ineens heeft gekregen. Wie zal bestand zijn tegen de broeierige groove van Ik kan het niet alleen. En hoor eens hoe goed het strakgesneden chanson-pak past om De zon gaat op voor niks, nog zo’n vergeten parel uit het rijke Dijk-verleden. Zo ook Melkboer met de blues.’ Ŕ propos: Melkboer voorziet in 1992 het groeiend verzet in arme landen tegen de westerse dominantie. En hoe krampachtig en zelfzuchtig het westen daarop reageert. Ook nooit verouderd, dat nummer.

En dat geldt voor De Dijk natuurlijk ook. De groeven zijn wat dieper, maar de groove is er nog. Onmiskenbaar. Je hoort ze in de twee nieuwe liedjes, Prachtnacht en Geloofde Lente. En op de rest van de plaat. En straks live in het theater dus. Zak weg in het donker, en luister. Luister maar. 









New York
1990



Moskou
1997



Austin
2001



Antillen
2007





Antonie Broek
drums

Hans van der Lubbe
bas

Pim Kops
toetsen/gitaar

Nico Arzbach
gitaar

Huub van der Lubbe
zang

Met
Jelle Broek
gitaar

De Nieuwe Dijkhorns
Roland Brunt
sax

Peter van Soest
trompet

Organisatie
Eva de Nijs
kantoor

Wanda Bommer
boekingen

Marcus van der Kloet
financiën

Jantien Keunen
management

Crew
Arwin Wensveen
tourmanagement

John Kriek
zaalgeluid

Jan Schreur
licht

Marc Monteiro
monitor

Phil Lewis
backline/audio

Simon Lawford
audio

Pattu Sprenkeler
trailer/backline

Bas Geersema
assistent licht

Website
Igor Kloosterhof
Lucy Boers